Ingrid Smit | Diabetescoach en Auteur | 06-29582655

De 2 meest gemaakte denkfouten bij diabetes

Het is een zwoele zomerdag, de schaduw van de kastanjeboom speelt zelfs in het gras. Snikkend zit ik daar boven mijn bloedsuikermeter aan mijn bureau want het getal 16.7 staat op het scherm. En het is dat getal waardoor die tranen begonnen te stromen. Zomaar.

Het is een zwoele zomerdag, de schaduw van de kastanjeboom speelt zelfs in het gras. Ik heb nu vier jaar diabetes. Die woorden van de diabetesverpleegkundige in het ziekenhuis in juni 1987 tijdens het leren insuline spuiten op een sinaasappel echoën nu nog na in mijn oor. “Je kunt goed leven met diabetes”. Snikkend zit ik daar boven mijn bloedsuikermeter aan mijn bureau want het getal 16.7 staat op het scherm. En het is dat getal waardoor die tranen begonnen te stromen. Zomaar.

Ik doe zo mijn best om mijn bloedsuiker binnen de 4 – 7 te houden. Maar nooit zijn mijn bloedsuikers goed. Echt nooit. Ik spuit bij als ik te hoog zit en ik eet een broodje als ik te laag zit. Negen van de 10 keer sla ik een gebakje af met maar één doel om die bloedsuiker binnen de 4 – 7 te houden. En zo vecht ik jaren tegen het monster dat diabetes heet.

De grootste fout bij mijn diabetes. Ik dacht dat je met hard werken stabiele bloedsuikers kreeg. En dat is een illusie. Ik was 18 en zat in het 6 VWO eindexamen toen ik geen stap meer kon lopen.Tien kilo lichter en met een bruine aanslag op mijn tong werkte ik zonder naar mezelf te luisteren naar mijn diploma toe. Want ik wilde geneeskunde studeren of een jaar naar Amerika als ik uitgeloot zou zijn. Het was tot mijn 18e altijd zo geweest dat als ik met nog een tandje erbij ik alles kon bereiken wat ik wilde. Ik had een B-pakket met geen 7 maar 8 eindexamen vakken. En zo haalde ik mijn diploma.

Het voelde daarom als falen dat ik mijn suikers niet binnen de 4 – 7 kreeg. Die schommelende bloedsuikers waren het begin van een chronisch schuldgevoel. Ik dacht dat het altijd mijn eigen schuld was als ik weer te hoog of te laag zat. Een broodje teveel of teveel insuline gespoten dacht ik dan. Deze ongezonde gedachte is de snelste route naar een diabetische burn-out.

Ik weet nu echt beter dankzij mijn glucosesensor. Ik zie sterke bloedsuikerpieken waar ik geen verklaring voor heb. Ik heb niet teveel of te weinig gegeten of gespoten. Nee, ik doe wat ik anders ook altijd doe. En toch stijgt mijn suiker onvoorspelbaar en onverwachts.

Stress is een grote bepalende factor voor die schommelingen maar ook hormonen.

Een tweede fout bij mijn diabetes. Ik wist niet hoe ik goed kon leven met mijn diabetes. Omdat ik mij focuste op zaken waar ik geen invloed op heb. Jarenlang tien tot 15 keer per dag mijn bloedsuiker controleren om maar niet om te vallen was natuurlijk topsport. Maar een leuk leven met diabetes dat zul je toch echt zelf moeten doen. En niemand anders. Als je op die bank blijft zitten totdat iemand naar jou toe komt om je mee te nemen op vakantie, dan kun je lang wachten. Want dat zal niet gebeuren. Tijdens mijn jaar als uitwisselingstudent in Amerika knoopte ik de wijze woorden op de muur in het klaslokaal in highschool in mijn oren “Don’t wait until the world comes and gets you, but show yourself tot he world”. En dat heeft niets met jouw diabetes te maken.

Je hebt de wereld altijd iets te bieden. Zet je talenten in. Word jij blij van schrijven? Schrijf dan dat felbegeerde boek. Ben jij goed met computers? Bied je kennis aan en help anderen. Van helpen word je een gelukkig mens. Andere mensen helpen zorgt voor verbinding en dat maakt ook gelukkig.

Zo begon ik met het delen van mijn kennis over diabetes 5 jaar geleden. Ooit zou ik dat boek schrijven die ik altijd had willen lezen toen ik 30 jaar geleden diabetes type 1 kreeg. Want wat verlangde ik naar een boek dat antwoord gaf hoe zorg je dat je meer energie krijgt bij diabetes? Hoe blijf je gemotiveerd en hoe houd je het vol? Hoe ga je om met angst voor hypo’s en complicaties? Wat doe je met die frustraties door de sterke bloedsuikerschommelingen? Ik zocht naar antwoorden maar vond ze niet Daarom ging ik op onderzoek uit en dat resulteerde in mijn boek De kracht van diabetes dat in september uitkomt!

Hoe dan wel?

Formuleer een duidelijk doel en werk daar naar toe. Met een helder doel voor ogen maakte ik mijn boek tot prioriteit en niet mijn diabetes. Het gaf mij vleugels waardoor ik gefocust en vol energie stappen nam. Mijn diabetes was bijzaak. Ondanks dat de eerste bloeding in mijn ogen werd geconstateerd en dat ik mijn tenen minder voel. En nog meer van die restverschijnselen die onder autoimmuniteit vallen.

Heb je geen duidelijk doel? Ga dan zitten en schrijf op waar jij blij van wordt. Wat vond jij als kind leuk om te doen?

Doe daar dan meer van. Zo zoom je in op de leuke dingen in het leven en zoom je uit van je diabetes. Je voedt jezelf met positieve gebeurtenissen waardoor je andere gedachten krijgt. En daardoor voel je je beter.

Zie een bloedsuikerwaarde op je bloedsuikermeter als een getal. Geef er geen oordeel aan. Ga zitten en schrijf op wat je doet bij een bloedsuiker van 10, 15 en 20. Hoeveel insuline spuit je bij? Wanneer vervang je je infuussetje? Noteer deze stappen ook bij een lage bloedsuiker. Schrijf op wat je doet bij een lage bloedsuiker van 4.4, 2.8 of nog lager. Overleg met je arts of diabetesverpleegkundige of dit stappenplan voor jou werkt. Hang het op de koelkastdeur.

In mijn boek De kracht van diabetes vertel ik meer over dit stappenplan.

Zo maak je je bloedsuikerwaarden onderdeel van je dagelijkse routine en kost het minder energie. Omdat je het opschrijft weet je wat je moet doen en dat geeft rust in je hoofd.

Stop met vechten tegen die dingen waar je geen invloed op hebt zoals die schommelende suikerwaarden want dat heeft geen zin. De regen zet je ook niet uit. Richt je op zaken waar je wel invloed op hebt.

Zo creëer je een mooi leven met diabetes!

En daar kun je zelf veel aan doen!

Back to Main Page